Zoeken in deze blog

Welkom op deze weblog

"Een uit de hand gelopen hobby"
"Kent u die uitdrukking?" zou dominee Gremdaat zeggen!

Via de volgende link kunt u de volledige lijst vinden van de boeken die ik in de verkoop heb:


Daarnaast echter zijn er altijd boeken die ik graag in mijn privé bezit houd.

Het leek mij leuk om iets meer te laten zien van de boeken die ik interessant vind. Vanwege de speciale uitgave, de interessante inhoud, de schitterende band of de prachtige illustraties.

Daarvandaan dus....

En misschien laat ik u af en toe ook wel mee genieten van mijn literaire aspiraties, in proza of poezie.
Of plaats ik een afbeelding van mijn eigen schilderkunst!

Veel plezier!

Follow RolandWitte on Twitter


.

zondag 28 februari 2010

Het paard en zijn verzorging

<
Mijn vader zaliger was in 1930 wachtmeester der cavalerie te Den Haag (Alexander kazerne?) tijdens zijn dienstplicht. Hij was toen 21 jaar.



Het boekje waar het hierover gaat is van 1936 en is een vervanging van het voorschrift "Het paard en zijne verzorging" uit 1914.
Goede kans dat mijn vader dus een dergelijk drukwerkje in zijn bezit heeft gehad, verantwoordelijk als hij was voor de verzorging van zijn paard.


Deze handleiding is als het ware een soort gebruiksaanwijzing. Hoe behandel ik mijn paard op de juiste wijze. Want let wel, het is een levend wezen en vraagt veel aandacht en verzorging! Dus het is van belang dat er gelet wordt op hoe het paard beweegt, hoe de huid er uit ziet, of het op een gewone wijze eet of drinkt, de kleur van de mest, enz. enz.
Leuk en toch leerzaam zijn de verschillende hoofdstukken, zoals "Voorkomen van het gezonde paard", "Omgang met paarden", "Onderhoud van paarden", "De Fourage (voederen en drenken)", "De stallen en het rustbed", "Kenmerken van ziekteverschijnselen en het verlenen van eerste hulp."

(klik op de afbeelding voor vergroting)

Hier handelt het over het winterbeslag en we zien dan ook de uitdrukking op scherp staan en er wordt gesproken over kalkoenen, plaatijzers en ijsnagels.
Bij het zomerbeslag vliegen de termen kunstmatige draagvlakte, opzet, lip, nagelgaten, strijkijzers en klapijzers me om de oren...

Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de tekst in veel gevallen bij mij op de lachspieren werkt, maar ja, ik ben ook geen paardenmens!:
"Op stal bij het paard gaan.
Om op stal bij een paard te gaan moet men het eerst kalm toespreken en daarna beslist, doch bedaard - en zonder het paard van achteren aan te raken - tot aan het hoofd vooruitgaan; bij het weggaan wordt op overeenkomstige wijze gehandeld."




Ten slotte vinden we nog de gegevens over de trekkracht en het gewicht van paarden. Hieruit blijkt dat men gemiddeld per paard op niet meer dan 600 kg trekkracht kan rekenen en dat een draagpaard gemiddeld 125 kg draagt.

Dit gezegd hebbende kunnen we met een gerust hart het paard achter de wagen spannen en stellen wij ons én het paard vierkant op (!)

Uitgave: De Koninklijke Militaire Academie te Breda, 1936, 1e druk, gebrocheerd, geniet, 30 pagina`s, 12 x 17 cm. goede staat.

(Verkocht)



vrijdag 26 februari 2010

Twen/Taboe

(klik op afbeeldingen voor vergroting)

"TWEN is het blad voor jonge mensen. Het verschijnt zes maal per jaar onder redactie van:
André van der Louw en Marijke Zweers.
Redactiesecretaris: Almar Tjepkema."


Wat volgt is een indrukwekkende lijst van medewerkers aan het eerste nummer van wat je gerust het allereerste blad kunt noemen dat een neerslag was van wat men tegenwoordig de jongerencultuur noemt.
"Remco Campert, Hugo Claus, Lucebert, Simon Vinkenoog, Mischa de Vreede, Jan Vrijman en de fotografen Ed van der Elsken, Jan Keja, Joan van der Keuken, Eddy Postuma de Boer en illustratoren als Efbé en Yrrah (beide cartoonist)."
Dit is slechts een deel van de medewerkers die toen nog aan het begin van hun kunstenaarsloopbaan stonden en waarvan een aantal inmiddels al is overleden.



Het is 1960, de koude oorlog is nog in al zijn hevigheid aanwezig, evenals bijvoorbeeld de opstand in Algerije, waar De Gaulle het moeilijk mee had. Kennedy was nog niet gekozen, Chroetsjov al wel, reeds 7 jaar!
Jazz had het helemaal, zeker voor de "Pleiners." Provo moest nog worden uitgevonden. De politie had het nog voor het zeggen. De burgermansmoraal eveneens.



Maar daar zijn ineens een paar jonge idealisten die min of meer bij toeval de jongerencultuur in Nederland hebben uitgevonden.
In navolging van Duitsland, dat wel, maar het concept was baanbrekend voor die tijd. Want neem nou bijvoorbeeld het verhaal van Simon Vinkenoog, dat gaat over de jongerencultuur van het Leidseplein, met seks, drugs en rock en roll (alhoewel de rock en roll meer was weggelegd voor de "Dijkers", de vetkuiven van de Nieuwendijk). De wereld van Reynders en de Lucky Star.
De "gewone" mensenwereld sprak er schande van, maar voor jongeren van mijn leeftijd (±16 jaar) was het baanbrekend, een eye-opener!



Na het eerste nummer moest de naam worden gewijzigd (dit had te maken met de verkoop in Duitsland van het blad aan het Springer-concern) en koos men de naam TABOE. De formule bleef echter hetzelfde.
Artikelen over samen wonen, de februari-staking (de oorlog ligt nog vers in het geheugen), over LSD, voorpublikatie van Nooit meer slapen van W.F.Hermans, de Deusjevo, mode, muziek(Harlem), Israel, Soestdijk, de korps-student en het China van Mao.


Ook het Nederlandse leger werd onder de loep genomen. Er bestond nog dienstplicht (ik weet er alles van) en woningnood (ook daar weet ik alles van).
En Lady Chatterly`s lover stond op de lijst van verboden boeken. De pornografie bestond nog uit de zgn. "groene boekjes".
Foto`s van blote dames waren er nauwelijks en als ze er al waren werd het tijdschrift omwikkeld met een strook bruin papier dat nog net het allerspannendste wist te bedekken. Homopornografie bestond voornamelijk uit boekjes met foto`s van "atletisch gebouwde heren", eveneens voorzien van een bruin pakpapieren bandje.

"De storm van schrik die over Nederland sloeg toen Remco Campert op de zwart-wit-tv het woord "naaien" gebruikte, lag nog vers in het verschiet.
In die tijd, eind `60. begin `61, werd TWEN/TABOE geboren. Nu zeggen de oprichters daarvan in koor: "Non, je ne regrette rien."


Uitgave: Peter van der Velden te Amsterdam, 1981. Integraal uitgave van alle 4 verschenen nummers van TWEN/TABOE uit 1960/61. Origineel formaat (21x27 cm), 360 pagina`s, ISBN 9065210733, goede staat.

(Verkocht)

dinsdag 23 februari 2010

Hij zeit wat. De Amsterdamse volkstaal, door Jan Berns



Hetzelfde boekje als hiervoor is besproken (van Johanna C. Daan, uit 1948).
Maar nu in een nieuw jasje, als derde druk (1993)(door Jan Berns).
"Deze heruitgave is slechts op ondergeschikte punten gewijzigd en uitgebreid." "Belangrijke nieuwe meer algemene literatuur over het Amsterdams is echter verwerkt. Helemaal nieuw is het hoofdstuk aan het eind waarin de plaatsnaam wordt verklaard en waarin Amsterdam als familienaam en als soortnaam wordt beschreven."



Binnenin dit boekje heeft de vorige eigenaar o.m. de recensie van dit boek geplakt, maar ook een recensie van het boekje "Kap Nâh!!" van Haagse Harry (Marnix Rueb).
Achterin zit een artikeltje, uit een krant geknipt, dat gaat over tuinbouwtaal uit `t Westland door Manita Knoop.
Vraagt de ene tuinder aan de andere: "Plukkie al?" Zegt die andere: "Nee, mijn planten zijn aan het kwarren."
(klik op de afbeelding voor vergroting).

Uitgave: Bzztôh te Den Haag, 1993, 3e herziene uitgave, P.b., 96 pagina`s, ISBN 90 6291 756 9, prima conditie.

(Verkocht)

Hij zeit wat! Grepen uit de Amsterdamse volkstaal door Johanna C. Daan



Dit alleraardigste boekje uit 1948 wijst o.m. op "de vreemde elementen die het Amsterdams in de loop der eeuwen in zich heeft opgenomen en op enkele kenmerkende eigenaardigheden van deze volkstaal; de invloed van het Bargoens, van het Joods, de humor en de beeldende kracht van de volkstaal, de virtuositeit in het schelden en verwensen."
"Onze hoofdstad is nog altijd vele schakeringen van de volkstaal rijk; sommige buurten hebben nog altijd een min of meer van het algemeen afwijkende taal, de uitoefenaars van beroepen spreken een eigen vaktaal en ook verschillen de sociale groepen in hun taal. Al deze facetten van de volkstaal zijn aangeduid."



Interessant is de plattegrond van Amsterdam met een verdeling in 18 (eigenlijk 19) gebieden met elk hun eigen dialect (tegen het einde van de 18e eeuw, volgens J. ter Gouw)(klik op afbeelding voor vergroting):
1. Kattenburgs; 2. Rapenburgs; 3. Jonker- en Ridderstraats; 4. Jodenhoeks; 5. Nieuwmarkts; 6. Zeedijks; 7. Bierkaais;
8. Komkommerbuurts; 9. Noorsebossies; 10. Leidsebuurts; 11. Jordaans; 12. Fransepads; 13. Haarlemmerdijks;
14. Nieuwendijks; 15. Kalverstraats; 16. Gebed-zonder-ends; (16 a. De taal van de vismarkt tussen Kalverstraat en Nieuwendijk, die in het Moortje van Bredero is te vinden. Dit dialect kan niet op de kaart worden aangegeven. De vismarkt lag aan het Damrak bij de Dam.); 17. Botermarkts; 18. Duvelhoeks.



Behalve de geschiedenis en het karakter van het Amsterdams dialect is er ook een uitleg over de klanken van het dialect. (klik op de afbeelding voor vergroting).
Voorts worden nog onderwerpen als de tram - en de mens in het Amsterdams behandeld.
Tenslotte is er een hoofdstuk over de scheld- en bijnamen.
Hierover zegt de schrijfster: "Vele registers van zijn lichtbewogen gemoed weet de Amsterdamse volksman - en de volksvrouw is hierin het sterke geslacht ver de baas - open te trekken als hij gaat schelden." "Het schelden is een seizoenziekte. In het heetst van de zomer wordt er meer en feller gescholden dan wanneer de winterkoude de gemoederen wat heeft afgekoeld. De statistieken van de politie zijn hiervoor een betrouwbare graadmeter."

Uitgave: Jacob van Campen te Amsterdam (serie De wijze Jacob 13). 1949, 2e druk, gebrocheerd, stofomslag, 60 pagina`s, tekeningen van M.R.
(Niet te koop)

zaterdag 20 februari 2010

Olympia 1936



Ook zo`n last van de Olympische koorts?
Ik niet, hoor!
Maar in dit kader is het natuurlijk wel interessant om eens even de verzamelalbums in te duiken die zijn uitgegeven voor de Olympische Spelen te Garmisch-Partenkirchen (winter-) en Berlin (zomerspelen) in 1936.
De trots van het toenmalige Nazi-regiem.
Helaas moest de Duitse übermensch het onderspit delven, want de prestaties van Jesse Owens, die zowel Amerikaan als neger was waren meer dan superieur!



De albums zijn uitgegeven door het in die tijd (in Duitsland) bekende sigarettenmerk Altona. De plaatjes die je waarschijnlijk cadeau kreeg bij een pakje sigaretten zijn in dit geval foto`s. Van sportlieden tot stadions, van pistes tot startpistool.



Het 1e album "behelst de uitvoerige geschiedenis van de IV. Olympische Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen, een terugblik op de Olympische spelen sinds 1896 (o.a. 1928 in Amsterdam).
Alsmede een beschrijving van de technische en sportieve voorbereidingen voor de spelen van de XI. Olympiade in Berlijn 1936."



De frontispice laat een "gemoedelijke" foto zien van de Führer en Reichskanzler Adolf Hitler, in gezelschap van onder andere Joseph Goebbels, die vanaf de tribune handtekeningen uitdeelt aan leden van de Canadese ploeg.



Interessant is het om, ik neem maar een onderdeel, de tijden die toen verreden werden bij het schaatsen te vergelijken met nu.
Zo zien we dat op de 5000 meter de winnende tijd 8:19,6 minuten was (Balangrud, Noorwegen).
Als we zien dat de tijd die op de 5000 meter dit jaar door Sven Kramer (Nederland) gereden is, n.l. 6:14,6 minuten, dan is dat een verschil van 2:3,0 minuten. Dat betekent een gemiddelde van 1,66 seconde per jaar dat men sneller is gaan rijden in 74 jaar!

Van enige stroomlijning was in die tijd nog helemaal geen sprake. Kijkend naar de foto`s van de bobsleden zien we niet meer dan een veredelde brancard op ijzers...

Ook band 2 (de zomerspelen in Berlijn) opent met een foto van de Führer, die samen met nog andere Nazi-kopstukken de Hitlergroet brengt aan de Olympische vlag.
Dit album gaat over "die herrlichen Kämpfe der Jugend der Welt um den Eichenkranz,,,," enzovoorts. (ik word een beetje misselijk...).



"Historisch" is de artistieke impressie van het luchtschip "De Hindenburg" boven het stadion. Diezelfde Hindenburg die later in vlammen opging!



Tenslotte zien we op de laatste pagina hoe de namen van de Olympia-winnaars vereeuwigd werden in de muur van de Marathontoren.


Uitgave: Die Olympischen Spiele 1936 in Berlin und Garmisch-Partenkirchen. Band 1 und 2.
Cigaretten-Bilderdienst Altona-Bahrenfeld.
1936, 1e druk, blauw linnen band (licht gevlekt) met goud/zwart opdruk, ingenaaid, gebonden, 24 x 31 cm.,
resp. 127 en 165 pagina`s, ingeplakte zw/w en kleurenfoto`s
Er ontbreekt 1 zw/w foto Band I, nr. 105.
Zeer goede staat.

(Verkocht)

Smartlap



Een zucht van verlichting waart door heel Nederland. Het ontbreekt er nog maar aan dat overal de vlag uit gaat en de mensen in polonaise door de straten dansen. Maar het zal niet veel schelen, het gevoel is er!.
Wat is het geval? HET KABINET IS GEVALLEN.

Nu liep ik al de hele week te zingen van: "Zij gingen van crisis naar crisis." (op de wijze van de smartlap: "Zij gingen van kroegie naar kroegie..."), dus je begrijpt wel dat ik blij ben. Ik was die smartlap meer dan zat. En als iets eenmaal in je hoofd zit kom je er niet zo makkelijk meer vanaf!

Grote vraag is nu natuurlijk: wat moet Balkenende doen? Gaat hij naar Lech, of vliegt de keunegin nog vandaag naar huis? Kan het ook telefonisch? Of moet het schriftelijk? (in drievoud). Niemand die me daar nu eens even over gerust kan stellen.
Want stel je toch eens veur. Ben je net aan een afdaling begonnen, verschijnt opeens de keuklike lakei naast je op de ski`s, met een zilveren dienblad met daarop de keuklike I-phone (I-feun)(want Trix is heel modern, al zou je dat niet zeggen).
Haar hele dag verziekt! Ik zou ook de pest in hebben...

Maar voor het volk is het een zegen, dat ze nu eindelijk uit hun lijden zijn verlost. Er waren al kamervragen in voorbereiding over eventuele euthanasie voor het kabinet, maar die kunnen nu gelukkig de ijskast weer in. Niet weggooien, die vragen, want je weet maar nooit hoe snel je ze weer nodig kunt hebben!

Een nieuwe lente, een nieuw geluid?
Maar laat ons niet te vroeg juichen. Het spook van de PVV staat voor de deur. En voor je het weet is (ook) hier een dictatuur gevestigd. Een bewind dat uitblinkt door kortzichtigheid en vooroordelen.
Maar ja, elk volk krijgt wat het verdient, toch?

woensdag 17 februari 2010

Toetje



To Tut or not to Tut.

Sinds mijn vroege jeugd hield het me bezig.
Boekenvol heb ik toen leeggelezen.
Soms kon ik de slaap niet vatten.
Wat toch zou de oorzaak kunnen wezen?

Eindelijk is het mij geopenbaard.
King Tut stierf aan malaria.
En Dr. Hawas verklaart met groot gebaar,
Dat nú de ware oorzaak is bewezen.

Nu kan ik rustig verder leven.
Zonder kwelling, zonder zorgen.
Opgelucht weer ademhalen.
Doorgaan met waar ik was gebleven.

Roland Witte.

dinsdag 16 februari 2010

Gedichten van A.C.W. Staring



"Anthonie Christiaan Wynandt Staring (1767-1840).
Staring is vooral in de herinnering gebleven als schrijver van balladen: eenvoudige verhalende gedichten in coupletten, in middeleeuwse trant en vaak gebaseerd op folklore: oude zeden en gebruiken van een volk of van een bepaalde streek, terug te vinden in sagen, volksliederen, sprookjes e.d. Hij is dikwijls humoristisch.
Bekend zijn Marco, over een ijdele versierder uit het middeleeuwse Napels, die in de problemen komt wanneer hij echt verliefd wordt, en de Jaromir-cyclus, vier gedichten over een student die later reizend monnik wordt en vreemde dingen beleeft bij zijn strijd met de duivel." (bron: www.gedichten.nl)
Hij bezat een eigen landgoed met kasteel, de Wildenborch in Vorden en was Achterhoeker in hart en nieren. (bron: wikipedia)



Dit bundeltje gedichten van Staring is een klein doorleefd boekje. Zo voelt het tenminste als ik het in de hand houd. Het heeft ooit toebehoord aan de leraren-bibliotheek van het St. Alfonsus-Seminarie "Nebo."
Het ziet er eigenlijk onooglijk uit: de gemarmerde kaft is een beetje bobbelig en de hoeken zijn gesleten.
Als het boekje opensla komt me een hele andere epoque tegemoet en ik moet me inhouden om niet al te veel de taal van Staring na te volgen. Voor ons, 21ste eeuwers, is het dan ook af en toe tamelijk lachwekkend:

"Daar stond een teedre Bloem
Van God op de aard` geplant,
Om tot zijne eer te bloeijen.
De vruchtbre morgendaauw
Droop mildlijk op haar neêr,
En deed haar welig groeijen."




Hier ziet u een pagina uit het boekje, met een gedicht "Aan mijne Gade." (klik op de afbeelding voor vergroting)
Verrukkelijk toch, dat taalgebruik? "...ontdroeg...", "...zedig maagdenoog...", "...met stillen trat..."
En dan maar beweren dat er niets veranderd is in al die jaren?!


Al mijn naspeuringen ten spijt heb ik geen exemplaar van dit boekje (deze uitgave van 1837) op internet kunnen vinden, dus ik denk dat het zeldzaam is! Voor de liefhebber, dus!

Uitgave: Is. An. Nijhoff te Arnhem, in het jaar (onzes Heeren)1837.
2e druk (ter tweede uitgave), derde stuk.
ingenaaid en gebonden, hard cover, kunstleren rug, gemarmerde kaft, 160 pagina`s, geschept papier (niet gelijkmatig gesneden), hoekje uit frontispice geknipt.

(Te koop op: www.boekwinkeltjes.nl: Tureluur, voor euro 50,00)

maandag 15 februari 2010

De roman van Tristan en Isolde. Naar de bewerking van Joseph Bédier



De uitgaven van de Wereldbibliotheek Vereniging blinken vaak uit door hun bijzonder mooie en verzorgde opmaak. Ook werd er dikwijls gekozen voor (veel) illustraties van gerenommeerde kunstenaars.
Zo ook dit boekje, dat weliswaar een onopvallend uiterlijk heeft, maar dat voorzien is van waarlijk schitterende reproducties naar tekeningen in kleur op perkament van de hand van Victor Stuyvaert.



Deze prachtige tekeningen doen mij nog het meeste denken aan Perzische miniaturen.
Maar ook valt de invloed van de Japanse prentkunst niet te ontkennen. Daarbij valt te denken aan de wereldberoemde prent "De grote golf bij Kanagawa" van Katsushika Hokusai.
(link Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Katsushika_Hokusai)



Uitgave: Wereld-Bibliotheek-Vereniging te Amsterdam-Antwerpen. Vertaling: Marie Loke.
3e druk, 1955, 20 reproducties, gebonden, soft cover (karton), gebrocheerd, 123 pagina`s, kleine besch. bovenkant rug, signatuur op voorplat, inhoud in zeer goede staat.

(Verkocht)

zaterdag 13 februari 2010

Ringdijk, ERWÉ



Als cadeautje voor Losar (Tibetaans Nieuwjaar) en Valentijn, voor alle lieve mensen die mijn blog bezoeken!

Deze tekening maakte ik in 1959. Ik telde 15 jaren.
Plaats van handeling: de (toenmalige) Ring(spoor)dijk, ter hoogte van de Parnassusweg. Te zien is o.a. de Sociale Verzekeringsbank
(link: http://www.architectenweb.nl/aweb/projects/project.asp?PID=119)

Techniek: Oostindische inkt met satéprikker op papier. 15,5 x 24,5 cm. (niet te koop)

Naar het u lijkt. Vertaald door Jac. van Looy



Shakespeare`s "As you like it" in een vertaling van Jac. van Looy.
Het boekje valt op doordat de illustraties gemaakt zijn door Rie Cramer.
Die kennen we natuurlijk allemaal van de kinder- en sprookjesboeken die ze heeft geïllustreerd.



Wat mij vooral bekoort is het ontwerp van de frontispice. Een prachtig gestileerde letter gemonteerd in een raamwerk dat het meeste weg heeft van een smeedijzeren hekwerk.



In de overige illustraties herkennen we weer Rie Cramer ten volle.

Uitgave: W. de Haan, Utrecht, omstreeks 1922, vermoedelijk 1e druk (geen jaartal of druk vermeld), zachte kaft. 110 pagina`s, afmeting: 15 x 17,8 cm.

(Te koop op: www.boekwinkeltjes.nl: Tureluur, voor € 5,00)

directe link: https://www.boekwinkeltjes.nl/b/105479131/Naar_het_u_lijkt_vert_door_Jac_van_Looy_gellustr_door_Rie_Cramer/

vrijdag 12 februari 2010

Kleine Lettertjes Grote Bek, door Koen Nieuwendijk



In vijf jaar tijd werden de in dit boekje verzamelde teksten afgedrukt op de tentoonstellingsaankondigingen van
Galerie Lieve Hemel, stoot je hoofd niet te Amsterdam.
"Het schrijven van de in dit boekje bijeengebrachte commentaren was aanvankelijk bedoeld als een hartekreet tegen de vooroordelen tegen het hedendaags realisme", zo schrijft hij in zijn voorwoord. "De eigenlijke reden van de publicatie is van kunsthistorische aard...."
Tenslotte merkt hij op: "Voorts is er nog al eens sprake van herhaling van thema`s. Dat heeft te maken met de noodzaak om vanwege de lage verschijningsfrequentie een referentiekader aan te geven, maar ook met het moeizame proces dat denken heet.
Als je daar eenmaal aan begonnen bent is er geen weg meer terug, maar of je altijd vooruit gaat..."


(klik op de afbeelding voor vergroting)

Uitgave: Galerie Lieve Hemel, Amsterdam, 1983, 1e druk, gebonden, linnen, stofomslag, 10,5 x 14,5 cm, leeslint.
Geïllustreerd door verschillende kunstenaars. Het boekje verkeert in uitmuntende staat.

(Te koop op: www.boekwinkeltjes.nl: Tureluur, voor euro 12,50)

Jaap Drupsteen





De bankbiljetten van 10, 25, 100 en 1000 gulden die in de laatste periode vóór de introductie van de Euro werden gebruikt waren ontworpen door Jaap Drupsteen (zeker ook bekend van de vormgeving van de VPRO-programma`s in de tachtiger jaren van de vorige eeuw). Ze werden geintroduceerd in 1988 en deden dienst tot eind 2001.

Ongekend mooi en modern ontwerp. Daar waar bankbiljetten over de hele wereld uitblinken in saaiheid (zo ook de Euro biljetten) kan hier gerust gesproken worden van een "kunstwerk." Ik ken mensen die het biljet hebben ingelijst!

U ziet de voor- en achterzijde afgebeeld van het 10 gulden biljet.

donderdag 11 februari 2010

Oxenaar


Nog steeds denk ik, en velen met mij. met weemoed terug aan de prachtige ontwerpen van "Ootje" Oxenaar (1929 - 2017) voor onze bankbiljetten uit het "Gulden-tijdperk."

U ziet hier een genummerd kunstwerk (nr. 2169) van het ontwerp van het mooiste 50 gulden biljet ooit: de Zonnebloem.

De Zonnebloem
Het 50 gulden biljet kwam in 1982 uit en is ontworpen door Prof. Ootje Oxenaar en ontwerper Hans Kruit. Oxenaar studeerde beeldende kunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en was van 1966 tot 1985 als ontwerper werkzaam voor De Nederlandsche Bank.
Twee series bankbiljetten zijn van zijn hand:
De erflaters-serie, met figuren uit de vaderlandse geschiedenis (5-Vondel, 10-Hals, 25-Sweelinck, 100-De Ruyter, 1000-Spinoza).
En de revolutionaire serie biljetten zonder portretten: de Zonnebloem (50-), de Snip (100-) en de vuurtoren (250 gulden).
Voor deze laatste serie werkte hij samen met Hans Kruit en gebruikte diverse nieuwe technieken.

Leuk detail: de bij op het biljet is op het laatste moment met lijm op het ontwerp van de zonnebloem geplakt. Dit was vlak voor de presentatie van het ontwerp aan president Zijlstra van de Nederlandsche Bank, omdat de ontwerpers het biljet nogal kaal vonden.





Met overwegingen die een mengeling zijn van nostalgie en kunst heb ik enkele bankbiljetten bewaard die door Oxenaar zijn ontworpen.

U ziet hier het vijfguldenbiljet met de beeltenis van Vondel (voor- en achterzijde).













en het tienguldenbiljet met de beeltenis van Frans Hals (voor- en achterzijde).

















(Mocht u geïnteresseerd zijn in het genummerde ontwerp van de Zonnebloem, stuur mij s.v.p. een e-mail en doe een aantrekkelijk bod. Want zoals u weet: alles is te koop, zelfs geld...).

dinsdag 9 februari 2010

Knipselkunst





Volgens het museum van papierknipkunst te Westerbork komt de snij- en knipkunst oorspronkelijk uit China.








Hier een voorbeeld van deze Chinese knipselkunst (voor- en achterzijde zijn identiek, maar tegengesteld).
In kleur nog wel. Het is ongelooflijk hoe fijntjes dit portret is vorm gegeven. En dat terwijl het niet meer meet dan 7 x 11 cm.

Leuk en toch leerzaam, zou ik zeggen!

(Het werk is niet te koop)

Michael Kohlhaas, door Heinrich von Kleist. Vertaling: Nico van Suchtelen



"Deze Sinterklaaspremie voor de leden der W.B.-Vereeniging heeft een geschiedenis,..."
Wat volgt is het verhaal over de knipsels (silhouetten) die door H.D. Voss waren gemaakt voor deze uitgave, maar die door het bombardement op Rotterdam een prooi der vlammen waren geworden. Zij waren op dat moment uitgeleend aan een tentoonstelling bij Chevalier te Rotterdam. Drie maanden later had de heer Voss de silhouetten opnieuw geknipt.
(Je kunt veel zeggen, maar niet dat hij geen knip voor de neus waard was...).



Knipselkunst. Een met uitsterven bedreigde kunstvorm? May be, may be not.
Niemand heeft er meer het geduld voor, zou je zeggen.
Toch is dat niet helemaal waar. Want wie schetst mijn verbazing toen ik onlangs keek naar Avro`s Kunstuur (uitzending 30 jan. 2010). Daar was werk te zien van de Armeense kunstenaar Karen Sargsyan. Dat werk valt vooral op door "de dynamische gelaagdheid." Knipselkunst? Ja en nee. Niet in de oorspronkelijke zin, maar kunst is het zeker! (Galerie Juliette Jongma te Amsterdam).



Voor wie meer wil weten over de knipselkunst: In Westerbork bevindt zich het Museum van Papierknipkunst:
http://www.museumvanpapierknipkunst.nl/index.php

Voor geïnteresseerden in de Armeense kunstenaar:
http://www.juliettejongma.com/index.php?id=4&e=11&v=1

Uitgave: Wereldbibliotheek-Vereeniging, Amsterdam, 1940, gebonden, karton (met linnenmotief), 125 pagina`s.
Sinterklaasuitgave 1940 voor de leden der Wereldbibliotheek-Vereeniging. Voorzien van inlegvel: Sinterklaaspremie.

(Verkocht)

zondag 7 februari 2010

Tim en Tom, door Chris van Abkoude



Geschreven in 1910 is het een van de 40 boeken die Chris van Abkoude (1880-1960) heeft geschreven. De bekendste zijn: Kruimeltje en Pietje Bell.
Van 1901 tot 1909 was hij onderwijzer op een volksschool in Rotterdam. In 1916 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij later zijn naam veranderde in Charles Winter, omdat dat makkelijker was voor de Amerikanen.



De taal die in dit boek gebezigd wordt is, inderdaad, niet meer van deze tijd.
"Heereguns man, schrik je zoo?" "Wel wat een ondeugende kinderen!" "Dag vadertje, `k ben blij, dat je er weer met onze jongens bent. Hier is je pijp en daar staan je pantoffels..." "Katrien die gaten in de lucht sloeg van verbazing."
"Dag meester, mag `k mee naar binnen?" "Een enkele mocht wel eens en dan trippelden ze vroolijk met `r onderwijzer de school in."
En zo gaat het maar door. Vermakelijk is het wel!

De grootste schoonheid van dit boek zit hem voor mij in de voorplat: Een Hollands landschap, met molens aan een vaart en twee jongens met hengels.

Uitgave: Gebr, Kluitman te Alkmaar ± 1910-1920 ? (is het een eerste druk? wie het weet mag het zeggen, er staat geen jaar of druk in vermeld). Gebonden, linnen band. 199 pagina`s. De illustraties (4 platen in zwart/wit) zijn van Louis Raemaekers.

(Verkocht)